Een pinas van 134 voet

Ik ben altijd mateloos gefascineerd geweest door de Nederlandse scheepsbouw in de 17de eeuw. Die tak van nijverheid was een fenomeen dat het mogelijk maakte dat een drassig landje in een rivierdelta enige tijd kon uitgroeien tot de machtigste staat van Europa. Een macht die het zelfs aan de andere kant van de wereld kon doen gelden. Maar meer nog dan dat gegeven was ik gegrepen door de schoonheid van de schepen, die dat allemaal mogelijk hebben gemaakt: houten bouwsels die mij enerzijds kwetsbaar en primitief toeleken, maar anderzijds van zo’n geraffineerde sierlijkheid en allure blijk gaven dat ik er niet op uitgekeken raakte.

Modelbouw was voor mij een manier om dicht bij die schepen te komen, ze te zien groeien, getuige te zijn van de bouw, de techniek erachter te doorgronden en me te verbazen over het aan functionaliteit en eenvoud gepaarde raffinement van lijnen.

Nicolaes Witsens boek Aeloude en Hedendaegse Scheepsbouw en Bestier (1671) werd in 1980 als facsimile uitgegeven door Canaletto in Alphen aan de Rijn. Vanaf het moment dat ik het boek in handen kreeg, was ik er aan verslingerd. Witsen beschreef het bouwproces tot in detail en geeft bladzijden vol gegevens van een voorbeeldschip, een pinas, die hij uitkoos omdat het een gemiddeld schip was, in grootte en in functie. Het was een handelsschip, maar het was ook zwaar bewapend met 24 kanonnen. De grootte was bewust gekozen: geen klein bootje, maar ook geen zware bodem. Waarom hij tot de keuze van dit voorbeeldschip kwam, zou me pas veel later duidelijk worden. Eerst besloot ik het boek als bron voor een scheepsmodel te gebruiken. Alle gegeven lagen voor het opscheppen, zo leek het en een model was binnen handbereik. Dat viel enigszins tegen. Het kostte tijd mijn weg te vinden in een volstrekt chaotisch geschreven boek vol termen die allang zijn vergeten, over een bouwmethode die mij volkomen onbekend was. Na drie jaar puzzelen en tekenen had ik bouwtekeningen, waarnaar ik mijn model bouwde. Dat nam nog eens drie jaar in beslag. Toen het af was, werd het meteen aangekocht door het Noordelijk Scheepvaartmuseum in Groningen, mijn toenmalige woonplaats.

De gegevens uit het boek en de proeven die ik deed met de erin beschreven methode van bouwen leidden uiteindelijk tot een baan bij het Rijksmuseum in Amsterdam. Ik kreeg de zorg voor de Marinecollectie die al decennia in verwaarloosde staat op een zolder lag. In de 23 jaar dat ik daaraan werkte, werd mij steeds meer duidelijk dat ik heel veel van wat ik begreep van die prachtige modellen had opgestoken uit Witsens boek. Zijn voorbeeldschip had precies de gegevens bevat die nodig waren om met kennis en begrip te kijken naar de producten van onze vaderlandse scheepsbouw.

De pinas van 134 voet is met behulp van Rene Hendrickx, een Belgische technicus die ik op een modelbouwersforum opduikelde, opnieuw gebouwd. Deze keer niet van hout, zeildoek en touw, maar digitaal, virtueel, met alle kennis die Witsen erin heeft gestopt. Klaar om te worden herontdekt door iedereen die ook interesse heeft in ons maritieme verleden.

portret_met_hoed
Ab Hoving

Over Maritiem Programma

Het Maritiem Programma van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed houdt zich bezig met het onderzoek naar scheepswrakken, bruggen, havens en andere maritieme landschappen. Het doel is om kennis, onderzoek, beleid, samenwerking en educatie op het gebied van maritiem erfgoed in Nederland een stevige basis te geven. Het programma loopt van 2012 tot en met 2015.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s