Maandelijks archief: mei 2016

Suriname in de Tweede Wereldoorlog: hoe materiële resten het verhaal vertellen

Mijn bachelors thesis gaat over Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het land was toen zo belangrijk vanwege de levering van bauxiet aan de geallieerden. Bijna 60 procent van het door de Aluminium Company of America (AlcoA) gebruikte bauxiet was afkomstig uit Suriname. Aluminium was van essentieel belang voor het vervaardigen van de broodnodige oorlogsvliegtuigen.

Met de operatie Paukenschlag probeerde Duitsland de zeeroute voor transport van onder andere dit bauxiet van het Caraïbisch gebied naar de Verenigde Staten van Amerika (VS) te blokkeren. De  Verenigde Staten van Amerika paste verschillende defensieve maatregelen in het Caraïbisch gebied toe om de transport van onder andere bauxiet te garanderen. In Suriname werden ook verschillende maatregelen genomen om de bauxietvelden te beschermen. Enkele van die maatregelen  waren het aanleggen van bunkers, een vliegveld en een blimpveld. Een blimpveld werd gebruikt om zeppelins (blimps) te laten opstijgen die naar zee werden gestuurd voor de bewaking van de Surinaamse wateren. Ook werd het leger van Suriname versterkt met personeel en bewapening om de bauxietvelden te bewaken. Er zijn een paar boeken geschreven over Suriname in de Tweede Wereldoorlog, maar er is maar heel weinig bekend of en hoeveel materiële resten er uit deze periode zijn overgebleven, waar deze zijn en wat de conditie daarvan is.

Blimp
Blimps (zeppelins) werden door de Amerikanen ingezet om de Surinaamse wateren te bewaken 

Voor mijn bachelors thesis breng ik de materiële resten uit de Tweede Wereldoorlog in Suriname in kaart. Ik zal de nadruk leggen op de defensieve maatregelen die werden genomen door de Verenigde Staten van Amerika – dus na 1942 –  zowel op land als op water. Maar ook de maatregelen die Nederland al eerder – tot 1942 – had genomen om Suriname militair te beschermen. Het doel van het verkennend onderzoek is om een begin te maken met het inzichtelijk krijgen van de locaties als ook de mogelijke cultuurhistorische waarde van deze materiële resten. Daarnaast wordt bekeken op welke manier er meer gevoel en waardering opgewekt kan worden voor dit materiële erfgoed.

Wat we nu weten is dat de oude forten Nieuw Amsterdam en Purmerend werden hergebruikt en herbewapend ter verdediging van de kust van Suriname. Deze twee forten moesten de zeeroute van de Atlantische oceaan naar de Suriname rivier bewaken. Er liggen ook enkele scheepswrakken uit deze periode in onze wateren. Een van deze is het Duitse handelsschip de Goslar, die opzettelijk door haar bemanning is afgezonken in de Suriname rivier. Doordat zij deels boven het water uitsteekt vormt het een markant punt in de rivier.

het geschut op Nieuw Amsterdam diende ter verdediging van  al het vijandelijke dat vanaf de oceaan de Suriname rivier op voer
Het geschut op Nieuw Amsterdam diende ter verdediging van al het vijandelijke dat vanaf de oceaan de Suriname rivier op voer

Verderop, in zee ligt een Noors scheepswrak: de Frank Seamans. Dit schip is met een lading bauxiet op weg naar Trinidad getorpedeerd door de U-162, een Duitse onderzeeër die de Surinaamse kust patrouilleerde. We gaan de komende dagen dit wrak proberen te lokaliseren.

Dharwiendre Rambharosa 

Duiken naar 25 verzonken dorpen in het Brokopondostuwmeer

Onderzoeken naar de aanleg van het Brokopondostuwmeer hebben altijd een sociologisch karakter gehad: zoals wat dit deed met de mensen die er hadden gewoond. Nooit eerder is nagedacht over de historische en culturele aspecten. Eenentwintig (21) Saramaccaanse en vier (4) Aucaanse dorpen langs deze rivier liepen onderwater en liggen nu soms op tientallen meters diepte.

Het gebied bestond niet alleen uit traditionele dorpsgemeenschappen, maar was ook een gebied in ontwikkeling. In het dorp Gansee (zie foto’s hieronder) was een kerk gebouwd door de zendelingen, verder was er een hospitaal en scholen. Ook liep er een spoorlijn vanuit Paramaribo tot aan Sarakreek voor goudwinning rond het Lawa gebied. Dichtbij het dorp Gansee werd het kabelstation aangelegd. Via dit station werd de oversteek over de Suriname rivier gedaan. Dit cultuurlandschap ligt nu al meer dan zestig (60) jaren onderwater in het Prof. Dr. Ing. W. J. van Blommestein Meer, in de volksmond bekend als het Brokopondostuwmeer.

Op het meer vinden nu er een aantal economische activiteiten plaats zoals houtkap en illegale goudwinning. Ook wordt het gebied sporadisch bezocht door recreatie duikers. Naast hout en goud is niet bekend wat er nog meer uit het stuwmeer wordt gehaald dat van culturele en of historische waarde zou kunnen zijn. De vraag is nu wat er na die tientallen jaren nog over is van de cultuurhistorische locaties op de bodem van het stuwmeer en of deze materiële overblijfselen in het meer beschermd zouden moeten worden. Dit laatste hangt natuurlijk af van de waarde die Suriname als staat hecht aan het verdronken cultuurlandschap. Dit wordt het onderwerp van mijn scriptie.

GOPR0203

Na een training voor Underwater Heritage Management (UCH) in 2014 op St. Eustatius besloot ik voor mijn afstudeer thesis de cultuurhistorische waarde van het verdronken landschap in het Brokopondostuwmeer te onderzoeken. In een groep van vijf personen maakten wij een reis van Paramaribo naar Tonka Eiland, een eiland op het meer, waar wij logeerden. We maakten op een dag op twee verschillende locaties verkenningsduiken per koraal. Onze eerste duik maakten wij voor een eiland naast Brokopondo Watra Wood International (BWWI), die aan legale houtkap doet in het meer. Het zicht onderwater was ongeveer 1,5 meter. Wij gingen afwisselend per paar voor 40 minuten het water in en er was een standby duiker aanwezig. Voor de veiligheid maakten we gebruik van een afdaaltouw en de buddyline.

Bij de eerste duik vonden wij op een diepte van 6 meter de Lawaspoorlijn die aangelegd werd voor het de goudwinning rond het Lawa gebied. Ook vonden wij een hoop bouten die gebruikt werden bij de aanleg van de spoorlijn. Digitale fotos en filmpjes werden daarvan gemaakt. Op de tweede duiklocatie verwachtten wij een brug (Blaka Broki) te vinden die deel was van het spoorlijn. Op een diepte van 17 meter maakte een paar van ons een verkenningsduik. Wij hebben daar niets kunnen vinden, omdat het zicht minder was dan de vorige duiklocatie. Bij beide duiklocaties namen wij veldnotities en GPS punten.

We zouden volgens planning drie dagen verkenningsduiken maken in het meer. Dit moest helaas worden ingekort tot twee dagen, waarbij wij alleen maar op die eerste dag meerdere duiken  hebben kunnen maken. Dit kwam omdat de stroomgenerator op het eiland Tonka de compressor niet kon opstarten om de duikflessen te vullen. De opgegeven specificaties van de generator op de plek waar wij verbleven bleken niet te kloppen. Omdat de duikplek zo afgelegen lag, zou het zoeken naar een alternatief zeker een dag gaan kosten. In de korte tijd onderwater hebben we gelukkig wel een hoop werk kunnen verrichten en onschatbare ervaring opgedaan over hoe een vervolgonderzoek zou moeten worden opgepakt. En dat was nu net de bedoeling.

Guno Kenneth Phagu

Foto’s Gansee: Nationaal Archief, Tropenmuseum

Samen werken aan archeologiebeleid en maritiem erfgoedbeheer in Suriname

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is als onderdeel van het Ministerie van OCW actief in Suriname om te helpen bij het opzetten van een archeologiebeleid. Het gaat hier zowel om archeologische vindplaatsen op land  als ook onderwater. Deze  gezamenlijke verbeterslag in de zorg voor het erfgoed in Suriname maakt deel uit van het gedeeld erfgoedbeleid van Nederland.

Suriname en Nederland delen een rijk verleden en richten zich op samenwerking om te onderzoeken hoe het gedeelde erfgoed van beide landen bewaard kan blijven voor toekomstige generaties. In de maanden mei en juni vindt uitwisseling plaats en wordt op een aantal locaties verkennend duikonderzoek gedaan. Dit laatste heeft als doel om ten eerste in de praktijk te ervaren wat er allemaal nodig is om succesvolle archeologische duikoperaties uit te kunnen voeren in Suriname en om de samenwerking tussen verschillende instanties in Suriname een fysieke vorm te geven.

Maritiem archeologisch erfgoed beheer heeft feitelijk nog nooit plaatsgevonden in Suriname en zal dan ook vanaf de grond moeten worden opgebouwd. De eerste schreden zijn al gezet in 2014 toen twee studenten van de Anton de Kom Universiteit, Guno Kenneth Phagu en Dharwiendre Rambharosa hun sportduikpapieren hebben gehaald en mee hebben gedaan met de UNESCO Foundation Course in St Eustatius.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Nu zijn zij beiden bezig met hun bachelor scriptie. Guno doet onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van de ondergelopen structuren in het Brokopondo stuwmeer en Dharwiendre richt zich op de materiele maritieme resten uit de Tweede Wereldoorlog in Suriname. De duikonderzoeken zullen mede als onderdeel van hun scriptie worden uitgevoerd.

Het Brokopondostuwmeer is aangelegd aan de Suriname rivier voor het opwekken van hydro-elektriciteit ten behoeve van de Surinaamse Aluminium Company (Suralco), een Amerikaanse onderneming. Voor de aanleg van het meer werd het Brokopondo-plan opgesteld door Ingenieur W. J. van Blommestein. Met deze extra capaciteit werd voorzien in elektriciteit ten behoeve van de verwerking van een van de belangrijkste grondstoffen in de 20e eeuw waar Suriname hoofdleverancier van was: bauxiet.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

In 1915 werd bauxiet in Suriname ontdekt. Bauxiet heeft een grote rol gespeeld bij de oorlogsindustrie van de Tweede Wereldoorlog. Om bauxiet te verwerken tot aluminium is veel elektriciteit nodig. Deze zou kunnen worden opgewekt met waterkracht. Daartoe ontwierp W.J. van Blommestein een stuwdam van 54 meter hoog in de Surinamerivier. In 1958 sloten de Surinaamse regering en Suralco de Brokopondo-overeenkomst. Deze gaf de producent recht op goedkope elektriciteit en een concessie van 75 jaar voor het delven van bauxiet in ruil voor het bouwen van onder meer de stuwdam en de waterkrachtcentrale.

In verband met het ontstaan van het meer moesten duizenden mensen en dieren worden verhuisd. Een deel van de voormalige dorpsbewoners vestigden zich in transmigratiedorpen en een ander deel stichtte nieuwe dorpen aan de Boven-Surinamerivier. Door de Operatie Gwamba werden er duizenden dieren gered.

In de volgende blog lees je meer over de scriptie van Guno, het duikonderzoek in het meer, en waarom we de cultuurhistorische waarde nu in kaart willen brengen.

Martijn Manders, programmaleider maritiem erfgoed (RCE)

Guno Kenneth Phagu en Dharwiendre Rambharosa (Anton de Kom Universiteit)

 

 

Klimmen en klauteren over scheepsconstructies in Lelystad

De PINAS projectgroep heeft op vrijdag 29 april een bezoek gebracht aan de replica van de Batavia, de IJsselkogge en de Zeven Provinciën in Lelystad. Waarom maken wij zo’n uitstapje en hoe helpt dat ons in het Pinas project? Dat vertellen we in deze blog.

De IJsselkogge

Als eerste zijn we gaan kijken bij de IJsselkogge. De sproeiers stonden nog aan om het wrak nat te houden en geconditioneerd te kunnen drogen, dus we hebben snel een droge plek opgezocht. Laura Koehler, projectleider voor de conservering van de IJsselkogge, heeft ons rondgeleid en meer vertelt over het wrak. De waterinstallatie gaat 1 x per uur voor 12 minuten aan om het schip nat te houden, zodat het langzaam kan drogen. Als het schip te snel droogt, dan krimpt het hout te snel en ontstaan er craquelures waardoor het hout uit elkaar valt. Doordat het wrak eeuwenlang in de rivier de IJssel heeft gelegen is het hout verzadigd met water, met deze conservering laten ze het schip langzaam drogen zodat het over een paar jaar goed is geconserveerd.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het bezoek aan de IJsselkogge heeft ons beter inzicht gegeven in wat er gebeurd als een schip zo lang op de bodem van een rivier ligt en hoe het schip er vroeger uitgezien moet hebben. De Kogge is heel compleet teruggevonden en dat zorgt voor het luxe probleem dat de onderzoekers heel moeilijk binnen in het schip onderzoek kunnen doen. Voor ons ook heel jammer, want we wilden heel graag de binnenkant van het schip bekijken.

De Zeven Provinciën

Na de lunch hebben we een bezoek gebracht aan de Zeven Provinciën bij de Bataviawerf. Het schip is nog niet compleet afgebouwd, maar juist dat heeft ons een heel mooi inzicht hoe de bouw van een schip in zijn werk gaat of kan gaan. Zo konden we zien dat de opbouw van het Pinas schip waar wij aan werken net anders is opgebouwd dan de Zeven Provinciën. Bij het Pinas schip worden eerst de huidplanken bevestigd en dan de spanten bevestigd, bij de Zeven Provinciën wordt dit precies andersom gedaan. We herkenden heel veel elementen waar we de afgelopen weken aan gewerkt hebben.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De Batavia

We zijn direct doorgelopen naar de replica van de Batavia. Het schip ligt in het water en laat ons goed zien hoe schepen er vroeger uitzagen. Toen we op het dek stonden en het ruim in gingen kregen we meer het echte gevoel hoe het leven aan boord moet zijn geweest. Voor ons was het ontzettend leuk en herkenbaar om scheepsonderdelen terug te vinden waar we in 3D mee bezig zijn geweest. Soms herkenden we klein dingen waar we aan gemodelleerd hebben of zagen we ineens wat de functie van bepaalde scheepsonderdelen zijn.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Is de excursie waardevol geweest voor het Pinas project? Wat we uit deze dag hebben kunnen halen is dat we nu een beter beeld hebben hoe groot schepen eigenlijk geweest zijn. Wat voor ons heel waardevol is geweest zijn de scheepsonderdelen die we nu in het echt konden zien in plaats van alleen het 3D model. Bij bepaalde objecten vroegen we ons tijdens het project af wat de functie moet zijn geweest zoals bij het hekje, nu konden we zien hoe logisch het eigenlijk allemaal in elkaar zit. Dat maakt het voor ons heel tastbaar met waar we mee bezig zijn. We hebben ons meer kunnen inleven in het schip zelf en begonnen vergelijkingen te maken tussen de verschillen en overeenkomsten tussen de Batavia en een pinas schip. Natuurlijk was het voor ons ook een leuk uitstapje, waar je andere inzichten krijgt en met nieuwe ogen naar het project gaat kijken.

Ingrid Suurd (projectlid Pinasproject NHL)

Studying maritime archaeology in Esbjerg: the second semester

Time flies, and the second semester of the Maritime Programme in Esbjerg is almost over! This second semester consisted of four courses:

  • Maritime Material Culture
  • IT & Remote Sensing
  • Preparation for the field school
  • Special Topics

Maritime Material Culture
During this course, we got introduced to different maritime material cultures from the Stone Age to the present day. We learned all about material such as pottery, cannons, anchors and many other objects. To learn more about ceramics from the Mediterranean our class went to Odense, where they have a big collection of Mediterranean artefacts. Also an important part of this course was ship construction from different centuries and areas. We went to the Roskilde Viking museum to learn more about Viking ship construction, and about experimental archaeology. We got a very interesting presentation on the famous ship burial Oseberg, which was found in Norway and dates to around 820 AD. After that we got a tour through the boat building wharf, and had a chance to look at the five Skuldelev ships inside the museum. In June we are going to sail on one of the reconstructed Viking ships!

Photo 1
Nicole looking at some Egyptian ceramics.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We got an explanation on experimental archaeology during the tour of the boat building wharf.

IT & Remote Sensing
This course is a continuation of the methods course in the first semester, and is more practical. During this course we learned how to work with the software QGIS and with Inkscape. We learned how to make logos and how to digitalize field drawings in Inkscape, and how to analyse data and make maps with QGIS. Part of the course was a visit to Schleswig, where we could see how a sub-bottom profiler works, and how to do a survey with such a device. With a sub-bottom profiler, it is possible to detect archaeological sites and wrecks partially or wholly embedded in the sea-floor sediments. Unfortunately, nothing was found during this expedition. While we were in Schleswig, we got time to check out the early 4th century Nydam boat, which is on display in the Gottorp castle. It was much more impressive in real-life than you would expect. The boat is well over 23 m long and there was place for 30 rowers. This boat is one of the earliest examples of clinker (overlapping planks) construction.

Photo 4
The sub-bottom profiler in action, the data that is received can be seen on the monitor.
18-01-Gottorf
The Nydam boat at the Gottorp castle.

Field school
The field school this year takes place in June in northern Germany. We are going to record a 16th century carvel-built ship. To prepare for this field school we made a plan which details how we are going to clean, dive and record the shipwreck. Next school year, after the field school is done, we have to make a report of the recording.

Special Topics
Special Topics is a course, which is focused on the field school. In order to better ‘understand’ the 16th century shipwreck, we have researched shipbuilding construction from around the same time period. The class has been divided into different groups for this, and each group is looking into shipwrecks from a specific region. The different groups are: British Isles, Baltic Sea, Dutch, Mediterranean and French. Guess what we did.. A database has been created in which the different construction elements of each of these shipwrecks have been saved, and a summary has been written for each shipwreck. Once the shipwreck has been recorded this database can be used to compare the construction elements to those from other shipwrecks.

Photo 6
The Riberhus castle ruins.

Besides the courses, we are also part of the Maritime Archaeology Society Esbjerg (MASE), which is a student organization by students from the Maritime Programme. For MASE we are trying to organize as many things as possible for our program, mainly maritime related, which is hard because we are really busy with the courses and self-study. So far we organised a party, several film nights and a little excursion to the Ribe Viking museum, and we also visited the ruins of Riberhus castle. In May we are going to the International Viking market in Ribe, which will take place in the Ribe Viking Center. Reenactors recreate an authentic Viking market there. We are looking forward to that, and after the field school we will let you know how it was!

Robert & Nicole