Categorie archief: Suriname 2016

Scheepswrakken voor de kust van Suriname

De Tweede Wereldoorlog wordt in het Caraïbisch gebied gekenmerkt als een oorlog waarbij voornamelijk op zee werd gevochten. De Duitsers probeerden met operatie Paukenschlag de goederen toevoer, en met name de toevoer van grondstoffen, stop te zetten. Ook vrachtschepen uit Suriname werden slachtoffer van deze operatie. Een van de schepen die slachtoffer werd van de Duitse onderzeeboten was de Frank Seamans, een meer dan honderd meter lang Noors vrachtschip die met een lading bauxiet vanuit Suriname onderweg was naar Trinidad.

In het kader van mijn thesisonderzoek heb ik samen met het personeel van de Kustwacht van Suriname, de RCE en enkele duikers verkenningstochten gemaakt om het wrak van de Frank Seamans te zoeken die voor de kust in de Atlantische Oceaan moet liggen. Helaas konden wij niet achterhalen waar het schip was, omdat de posities niet nauwkeurig genoeg waren. Er is geprobeerd met de dieptemeter van het schip alsnog een indicatie te krijgen van de locatie, maar dat leverde niet veel resultaten op. De plek, 50 km uit de kust is ongeveer 30 meter diep, maar helaas ook nog altijd zeer modderig. Er is dus geen zicht onderwater maar wel een forse stroming. Daarom hebben we uiteindelijk besloten om niet te gaan duiken. De risico’s waren te groot.

Crew verkleind
De crew waarmee de verkenningstochten zijn gemaakt

Naast de Frank Seamans waren ons nog drie posities van scheepswrakken doorgegeven. Echter alleen de posities, dichter bij de kust en op ongeveer 10 meter diepte, waren bekend. De bemanning van het schip van de Kustwacht kon ons niet dicht in de buurt brengen, omdat niet bekend was hoe groot de wrakken waren, hoe exact de posities die bij ons bekend waren zijn en hoever deze boven de bodem uitsteken. Er waren dus grote risico’s dat het schip in aanvaring zou komen met een van de wrakken. Dit was al reeds met het ons begeleidende schip gebeurd. Daarbij was het water hier nog donkerder en onstuimiger. Netten kunnen verstrikt raken in de wrakken en  daardoor ontstaan levensgevaarlijke situaties. Ook hier dus weer een no-go wat duiken betreft. Al met al wel een teleurstelling maar we hadden dit risico ingecalculeerd. We gingen er op uit om ervaring op te doen en we hebben dit opgezet om te kijken hoe we in de toekomst projecten kunnen oppakken met onze partners.

Het is ons duidelijk geworden dat de samenwerking tussen de Anton de Kom Universiteit, het Ministerie van OWC, de Kustwacht en de Maritieme Autoriteiten Suriname (MAS) onontbeerlijk is. Ten eerste is nog maar heel weinig bekend over de wrakken voor onze kust. Sommigen hiervan zullen mogelijk een archeologische waarde hebben, maar vormen zeker ook een obstructie voor de huidige scheepvaart. Het in kaart brengen hiervan, waarbij een exacte positie, grootte en diepte van iedere obstakel wordt opgemeten is dus geen overbodige luxe. Dit zou bijvoorbeeld doormiddel van surveys met een side scan sonar al kunnen gebeuren.

Ook zou de opslag en het beschikbaar stellen van data die bij andere onderzoeken wordt verzameld (bijvoorbeeld bij onderzoeken naar olie) kunnen helpen om een beter inzicht te krijgen in de zeebodem. Direct aan dit onderzoek zou cultuurhistorisch onderzoek gekoppeld kunnen worden. Met exacte posities en side scan sonar beelden kunnen al indicaties van de aard van de vindplaatsen worden gegeven. Het combineren van onderzoek levert dus een hoop synergie en waarschijnlijk veel winst op wat betreft de inzet van geld en middelen. De komende tijd zullen de nieuwe partners in het maritiem onderzoek in Suriname de handen ineen gaan slaan om de ideeën ook echt gestalte te gaan geven.

Dharwiendre Rambharosa 

Suriname in de Tweede Wereldoorlog: hoe materiële resten het verhaal vertellen

Mijn bachelors thesis gaat over Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het land was toen zo belangrijk vanwege de levering van bauxiet aan de geallieerden. Bijna 60 procent van het door de Aluminium Company of America (AlcoA) gebruikte bauxiet was afkomstig uit Suriname. Aluminium was van essentieel belang voor het vervaardigen van de broodnodige oorlogsvliegtuigen.

Met de operatie Paukenschlag probeerde Duitsland de zeeroute voor transport van onder andere dit bauxiet van het Caraïbisch gebied naar de Verenigde Staten van Amerika (VS) te blokkeren. De  Verenigde Staten van Amerika paste verschillende defensieve maatregelen in het Caraïbisch gebied toe om de transport van onder andere bauxiet te garanderen. In Suriname werden ook verschillende maatregelen genomen om de bauxietvelden te beschermen. Enkele van die maatregelen  waren het aanleggen van bunkers, een vliegveld en een blimpveld. Een blimpveld werd gebruikt om zeppelins (blimps) te laten opstijgen die naar zee werden gestuurd voor de bewaking van de Surinaamse wateren. Ook werd het leger van Suriname versterkt met personeel en bewapening om de bauxietvelden te bewaken. Er zijn een paar boeken geschreven over Suriname in de Tweede Wereldoorlog, maar er is maar heel weinig bekend of en hoeveel materiële resten er uit deze periode zijn overgebleven, waar deze zijn en wat de conditie daarvan is.

Blimp
Blimps (zeppelins) werden door de Amerikanen ingezet om de Surinaamse wateren te bewaken 

Voor mijn bachelors thesis breng ik de materiële resten uit de Tweede Wereldoorlog in Suriname in kaart. Ik zal de nadruk leggen op de defensieve maatregelen die werden genomen door de Verenigde Staten van Amerika – dus na 1942 –  zowel op land als op water. Maar ook de maatregelen die Nederland al eerder – tot 1942 – had genomen om Suriname militair te beschermen. Het doel van het verkennend onderzoek is om een begin te maken met het inzichtelijk krijgen van de locaties als ook de mogelijke cultuurhistorische waarde van deze materiële resten. Daarnaast wordt bekeken op welke manier er meer gevoel en waardering opgewekt kan worden voor dit materiële erfgoed.

Wat we nu weten is dat de oude forten Nieuw Amsterdam en Purmerend werden hergebruikt en herbewapend ter verdediging van de kust van Suriname. Deze twee forten moesten de zeeroute van de Atlantische oceaan naar de Suriname rivier bewaken. Er liggen ook enkele scheepswrakken uit deze periode in onze wateren. Een van deze is het Duitse handelsschip de Goslar, die opzettelijk door haar bemanning is afgezonken in de Suriname rivier. Doordat zij deels boven het water uitsteekt vormt het een markant punt in de rivier.

het geschut op Nieuw Amsterdam diende ter verdediging van  al het vijandelijke dat vanaf de oceaan de Suriname rivier op voer
Het geschut op Nieuw Amsterdam diende ter verdediging van al het vijandelijke dat vanaf de oceaan de Suriname rivier op voer

Verderop, in zee ligt een Noors scheepswrak: de Frank Seamans. Dit schip is met een lading bauxiet op weg naar Trinidad getorpedeerd door de U-162, een Duitse onderzeeër die de Surinaamse kust patrouilleerde. We gaan de komende dagen dit wrak proberen te lokaliseren.

Dharwiendre Rambharosa 

Duiken naar 25 verzonken dorpen in het Brokopondostuwmeer

Onderzoeken naar de aanleg van het Brokopondostuwmeer hebben altijd een sociologisch karakter gehad: zoals wat dit deed met de mensen die er hadden gewoond. Nooit eerder is nagedacht over de historische en culturele aspecten. Eenentwintig (21) Saramaccaanse en vier (4) Aucaanse dorpen langs deze rivier liepen onderwater en liggen nu soms op tientallen meters diepte.

Het gebied bestond niet alleen uit traditionele dorpsgemeenschappen, maar was ook een gebied in ontwikkeling. In het dorp Gansee (zie foto’s hieronder) was een kerk gebouwd door de zendelingen, verder was er een hospitaal en scholen. Ook liep er een spoorlijn vanuit Paramaribo tot aan Sarakreek voor goudwinning rond het Lawa gebied. Dichtbij het dorp Gansee werd het kabelstation aangelegd. Via dit station werd de oversteek over de Suriname rivier gedaan. Dit cultuurlandschap ligt nu al meer dan zestig (60) jaren onderwater in het Prof. Dr. Ing. W. J. van Blommestein Meer, in de volksmond bekend als het Brokopondostuwmeer.

Op het meer vinden nu er een aantal economische activiteiten plaats zoals houtkap en illegale goudwinning. Ook wordt het gebied sporadisch bezocht door recreatie duikers. Naast hout en goud is niet bekend wat er nog meer uit het stuwmeer wordt gehaald dat van culturele en of historische waarde zou kunnen zijn. De vraag is nu wat er na die tientallen jaren nog over is van de cultuurhistorische locaties op de bodem van het stuwmeer en of deze materiële overblijfselen in het meer beschermd zouden moeten worden. Dit laatste hangt natuurlijk af van de waarde die Suriname als staat hecht aan het verdronken cultuurlandschap. Dit wordt het onderwerp van mijn scriptie.

GOPR0203

Na een training voor Underwater Heritage Management (UCH) in 2014 op St. Eustatius besloot ik voor mijn afstudeer thesis de cultuurhistorische waarde van het verdronken landschap in het Brokopondostuwmeer te onderzoeken. In een groep van vijf personen maakten wij een reis van Paramaribo naar Tonka Eiland, een eiland op het meer, waar wij logeerden. We maakten op een dag op twee verschillende locaties verkenningsduiken per koraal. Onze eerste duik maakten wij voor een eiland naast Brokopondo Watra Wood International (BWWI), die aan legale houtkap doet in het meer. Het zicht onderwater was ongeveer 1,5 meter. Wij gingen afwisselend per paar voor 40 minuten het water in en er was een standby duiker aanwezig. Voor de veiligheid maakten we gebruik van een afdaaltouw en de buddyline.

Bij de eerste duik vonden wij op een diepte van 6 meter de Lawaspoorlijn die aangelegd werd voor het de goudwinning rond het Lawa gebied. Ook vonden wij een hoop bouten die gebruikt werden bij de aanleg van de spoorlijn. Digitale fotos en filmpjes werden daarvan gemaakt. Op de tweede duiklocatie verwachtten wij een brug (Blaka Broki) te vinden die deel was van het spoorlijn. Op een diepte van 17 meter maakte een paar van ons een verkenningsduik. Wij hebben daar niets kunnen vinden, omdat het zicht minder was dan de vorige duiklocatie. Bij beide duiklocaties namen wij veldnotities en GPS punten.

We zouden volgens planning drie dagen verkenningsduiken maken in het meer. Dit moest helaas worden ingekort tot twee dagen, waarbij wij alleen maar op die eerste dag meerdere duiken  hebben kunnen maken. Dit kwam omdat de stroomgenerator op het eiland Tonka de compressor niet kon opstarten om de duikflessen te vullen. De opgegeven specificaties van de generator op de plek waar wij verbleven bleken niet te kloppen. Omdat de duikplek zo afgelegen lag, zou het zoeken naar een alternatief zeker een dag gaan kosten. In de korte tijd onderwater hebben we gelukkig wel een hoop werk kunnen verrichten en onschatbare ervaring opgedaan over hoe een vervolgonderzoek zou moeten worden opgepakt. En dat was nu net de bedoeling.

Guno Kenneth Phagu

Foto’s Gansee: Nationaal Archief, Tropenmuseum

Samen werken aan archeologiebeleid en maritiem erfgoedbeheer in Suriname

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is als onderdeel van het Ministerie van OCW actief in Suriname om te helpen bij het opzetten van een archeologiebeleid. Het gaat hier zowel om archeologische vindplaatsen op land  als ook onderwater. Deze  gezamenlijke verbeterslag in de zorg voor het erfgoed in Suriname maakt deel uit van het gedeeld erfgoedbeleid van Nederland.

Suriname en Nederland delen een rijk verleden en richten zich op samenwerking om te onderzoeken hoe het gedeelde erfgoed van beide landen bewaard kan blijven voor toekomstige generaties. In de maanden mei en juni vindt uitwisseling plaats en wordt op een aantal locaties verkennend duikonderzoek gedaan. Dit laatste heeft als doel om ten eerste in de praktijk te ervaren wat er allemaal nodig is om succesvolle archeologische duikoperaties uit te kunnen voeren in Suriname en om de samenwerking tussen verschillende instanties in Suriname een fysieke vorm te geven.

Maritiem archeologisch erfgoed beheer heeft feitelijk nog nooit plaatsgevonden in Suriname en zal dan ook vanaf de grond moeten worden opgebouwd. De eerste schreden zijn al gezet in 2014 toen twee studenten van de Anton de Kom Universiteit, Guno Kenneth Phagu en Dharwiendre Rambharosa hun sportduikpapieren hebben gehaald en mee hebben gedaan met de UNESCO Foundation Course in St Eustatius.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Nu zijn zij beiden bezig met hun bachelor scriptie. Guno doet onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van de ondergelopen structuren in het Brokopondo stuwmeer en Dharwiendre richt zich op de materiele maritieme resten uit de Tweede Wereldoorlog in Suriname. De duikonderzoeken zullen mede als onderdeel van hun scriptie worden uitgevoerd.

Het Brokopondostuwmeer is aangelegd aan de Suriname rivier voor het opwekken van hydro-elektriciteit ten behoeve van de Surinaamse Aluminium Company (Suralco), een Amerikaanse onderneming. Voor de aanleg van het meer werd het Brokopondo-plan opgesteld door Ingenieur W. J. van Blommestein. Met deze extra capaciteit werd voorzien in elektriciteit ten behoeve van de verwerking van een van de belangrijkste grondstoffen in de 20e eeuw waar Suriname hoofdleverancier van was: bauxiet.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

In 1915 werd bauxiet in Suriname ontdekt. Bauxiet heeft een grote rol gespeeld bij de oorlogsindustrie van de Tweede Wereldoorlog. Om bauxiet te verwerken tot aluminium is veel elektriciteit nodig. Deze zou kunnen worden opgewekt met waterkracht. Daartoe ontwierp W.J. van Blommestein een stuwdam van 54 meter hoog in de Surinamerivier. In 1958 sloten de Surinaamse regering en Suralco de Brokopondo-overeenkomst. Deze gaf de producent recht op goedkope elektriciteit en een concessie van 75 jaar voor het delven van bauxiet in ruil voor het bouwen van onder meer de stuwdam en de waterkrachtcentrale.

In verband met het ontstaan van het meer moesten duizenden mensen en dieren worden verhuisd. Een deel van de voormalige dorpsbewoners vestigden zich in transmigratiedorpen en een ander deel stichtte nieuwe dorpen aan de Boven-Surinamerivier. Door de Operatie Gwamba werden er duizenden dieren gered.

In de volgende blog lees je meer over de scriptie van Guno, het duikonderzoek in het meer, en waarom we de cultuurhistorische waarde nu in kaart willen brengen.

Martijn Manders, programmaleider maritiem erfgoed (RCE)

Guno Kenneth Phagu en Dharwiendre Rambharosa (Anton de Kom Universiteit)