Duiken bij rijksmonument Burgzand Noord, week 2: meerdere wrakken geïnspecteerd

De eerste taak van de nieuwe week was het inspecteren van de BZN 17 na de werkzaamheden die we daar vorige week hadden uitgevoerd.

In het weekend had de afdekking al behoorlijk wat zand ingevangen. Hierdoor waren enkele delen van het net verdwenen onder het sediment. Door het steigergaas op te kloppen, zakt het zand door de mazen, waardoor het weer nieuw zand kan invangen. Al met al lag de afdekking  er nog erg goed bij. Komende vrijdag gaat de laatste duik van het project weer plaatsvinden op deze locatie, om opnieuw de netten op te kloppen.

Op dinsdag werd bij het eerste tij de BZN3 geïnspecteerd. In 2013 is in het kader van het RCE project TOPSITES de bestaande afdekking gerepareerd.

bzn3multibeam
Multibeam opname van de BZN3 vindplaats, gemaakt in 2013 (RCE)

In 2014 heeft de laatste duikinspectie door de RCE plaatsgevonden. Sportduikers hadden gemeld dat delen van deze nieuwe afdekking rondom de ankers kapot waren en dat er spanten uit het zand staken. De meest recente multibeam sonar opname, uitgevoerd in opdracht van de Provincie Noord Holland, leek dit te bevestigen.

Gelukkig bleek het grootste deel van de nieuwe afdekking nog goed te liggen. De mast lag nog helemaal onder het zand, maar een deel van het boord stak inderdaad door de netten. Ook in het zuiden, waar het voorschip ligt, staken nu constructiedelen uit het zand. Op deze locatie is onderhoudswerk dus ook noodzakelijk.

In de middag is de BZN 4 geïnspecteerd. Dit wrak, een westindiëvaarder uit begin achttiende eeuw, is in 2005 voor het laatst bedoken door de RCE. Het schip was onder andere geladen met vaten koffiebonen. Na het laatste waarderend onderzoek in 2001, waarbij een aantal proefsleuven zijn gegraven, is deze vindplaats afgedekt met steigergaas. Enkel de achtersteven, die nog volledig in verband zat, stak nog ruim twee meter uit de zeebodem.

Delen van een boord, die nooit zijn afgedekt, waren in de afgelopen tien jaar flink aangetast. Er was bijna een halve meter hout verdwenen. Opvallend genoeg stak de achtersteven nog ongeveer net zo ver uit het zand, zelfs de meetspijker en het meetpunt zaten er nog op. De rest van de afdekking lag er, op een aantal gaten na, nog goed bij. Omdat het zicht onderwater aanhoudend goed blijft, schiet het werk op.

Tot nu toe blijkt wel dat er de komende jaren onderhoudswerk aan zit te komen voor een aantal wrakken binnen dit rijksmonument. Met de resultaten van dit veldwerk wordt een plan opgesteld hoe dit moet worden uitgevoerd.

Thijs Coenen, maritiem archeoloog RCE

Burgzand Noord 17 verder verkend en voorlopig afgedekt

Sinds de presentatie van de vondsten uit de Burgzand Noord 17, ook wel het Palmhoutwrak genoemd, is er volop aandacht voor dit bijzondere wrak (zie ook website museum Kaap Skil). Maritiem archeologen van de RCE zijn deze week als onderdeel van het veldwerk bij Texel gestart met het afdekken van de meest kwetsbare delen van het wrak. Het wordt voorlopig afgedekt om het in zo goed mogelijke staat te houden. Op die manier is er tijd om in de komende maanden samen met de provincie Noord-Holland, gemeente Texel, Duikclub Texel en Kaap Skil te verkennen welke mogelijkheden er zijn om het wrak verder te onderzoeken en in kaart te brengen.

Sportduikers hadden gemeld dat er weinig veranderd was ten opzichte van vorig jaar. De recente multibeam-beelden bevestigden dit, op sommige plekken was wel wat meer sediment weg, maar andere delen waren juist meer bedekt.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De duikinspectie van woensdag wees ook uit dat de situatie op dit moment redelijk stabiel is. Toch zijn er op enkele plekken nieuwe scheepsdelen vrij komen te liggen. Eén hiervan is waarschijnlijk de beting, een van de zwaarste constructies in een schip, waarop het ankertouw werd vastgezet. Omdat dit deel altijd hoog in een schip zit, meestal op het eerste dek, wordt het zelden onder water op zijn oorspronkelijke plek gevonden. Des te meer bewijs dat het hier om een wrak van hoge archeologische waarde gaat.

Nadat deze nieuwe onderdelen zijn ingemeten en getekend, zijn er verscheidene monsters genomen voor dendrodatering. Hopelijk kan hiermee een preciezere bouwdatum van het schip worden vastgesteld, waardoor er gerichter in de historische bronnen kan worden gezocht.

Blog 2 foto 1

Op donderdag kon er daarom begonnen worden met afdekken van de meest kwetsbare delen van het wrak. Dit zijn vooral de locaties waar kisten met lading liggen. Omdat er aanhoudend verrassend goed zicht is voor de Waddenzee, schoot het werk op. Aan het einde van de dag zijn alle netten geplaatst. Door de grote hoeveelheid zand die over en op de netten stroomt, raken de mazen na verloop van tijd echter verstopt. Daarom zal er de komende week een aantal keer teruggekeerd worden naar de BZN 17, om de netten op te kloppen. Hierdoor valt het zand er doorheen en kan er weer nieuw sediment worden ingevangen. Op deze manier ontstaat er een laag die de onderliggende kwetsbare delen beschermt tegen degradatie.

Thijs Coenen, maritiem archeoloog RCE

Onderhoud aan rijksmonument in de Waddenzee: dag 1 en 2

Archeologen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verrichten van 11 t/m 22 juli 2016 onderwater-werkzaamheden aan de scheepswrakken van rijksmonument Burgzand Noord bij Texel (zie persbericht). In deze serie blogs kun je de activiteiten van de archeologen, gericht op inspectie en onderhoud van de wrakken, op de voet volgen. Het veldwerk biedt ook handvatten voor de pilot die in 2015 met Duikclub Texel, provincie Noord-Holland, gemeente Texel en museum Kaap Skil is gestart. Met deze pilot willen we het onderwatererfgoed bij Texel in kaart te brengen en mogelijkheden onderzoeken voor samenwerking tussen de duikers en archeologen, zodat het erfgoed beter wordt beheerd en waar mogelijk gepresenteerd aan het publiek. 

Maandag 11 juli

Al in de ochtend bleek dat er de eerste dag te veel wind zou zijn om veilig te kunnen duiken. Daarom werd besloten de tijd te gebruiken om voorbereidingen treffen voor het werk aan de Burgzand Noord 17. Voor dit wrak, waar recentelijk een unieke 17e eeuwse japon uit tevoorschijn kwam, wordt samen met de provincie Noord-Holland, gemeente Texel, museum Kaap Skil en de sportduikers gewerkt aan een plan om in overleg te bepalen wat er mee gaat gebeuren. Omdat dit de nodige tijd kost, worden nu de meest kwetsbare delen afgedekt, zodat deze niet verder degraderen.

Vorige week zijn in opdracht van de provincie Noord-Holland nog multibeam opnamen gemaakt van een aantal wrakken binnen het Rijksmonument. Daarnaast hebben sportduikers verschillende wrakken bedoken, zodat er een zo compleet mogelijk beeld is van hoe de wrakken erbij liggen.

Dinsdag 12 juli

Dinsdag was de wind gaan liggen en kon er gedoken worden  op de Burgzand Noord 2, ook wel bekend als het Pools kanonnenwrak. In 2001 is dit wrak onderzocht door de Rijksdienst, waaruit bleek dat het om een bewapend handelsschip ging, dat vermoedelijk handelde met het Oostzeegebied. Het schip is waarschijnlijk gezonken in het derde kwart van de 17e eeuw.

Na het onderzoek is het wrak afgedekt met steigergaas. In de jaren daarna is de afdekking uitgebreid en gerepareerd. De laatste duikinspectie vond plaats in 2005, daarna is er enkel nog gemonitord met multibeam. De afgelopen jaren hebben de sportduikers er wel regelmatig op gedoken. Zij zagen dat er veel delen waren vrijgespoeld: er was weer hout zichtbaar en ze namen kapot steigergaas, gebruikt voor de afdekking, waar.

Daarom is besloten om tijdens het veldwerk van dit jaar ook dit wrak te inspecteren. Er zijn op dinsdag twee tijen op gedoken. Hieruit bleek dat er inderdaad grote delen van het wrak vrij zijn gespoeld. Verschillende houten structuren en scheepsonderdelen steken nu uit het sediment. Andere delen zijn echter nog steeds goed bedekt met sediment, hier kon niet worden vastgesteld of het steigergaas eronder nog intact was. Uit de inspectie bleek bovendien dat er alleen delen zijn vrijgespoeld, die bij eerder onderzoek ook zijn gezien. Er zijn dus geen nieuwe wrakonderdelen gezien.

Helaas bleek het door de grote hoeveelheid weggespoeld zand dat het niet mogelijk zou zijn om alles weer goed af te dekken tijdens dit project. Er zijn nu wel genoeg waarnemingen gedaan, zodat er een goed plan gemaakt kan worden hoe dit wrak weer fysiek beschermd kan worden.

Thijs Coenen, maritiem archeoloog (RCE)

De eindsprint ..

In deze blog blikken we terug naar de verschillende prototypen die gedurende  dit project zijn ontwikkeld. De studenten werken op dit moment nog hard om de laatste verbeteringen door te voeren. We verwachten het Pinasmodel eind juni aan de gebruikers te kunnen presenteren. Na deze blog volgt er nog een eindblog waarin we de vervolgstappen zullen toelichten, want we kunnen alvast melden dat deze er zeker gaan komen!

 De eindsprint

In deze blog zal ik iets meer vertellen over de werkzaamheden van de laatste weken. De laatste paar weken is hard gewerkt om de laatste puntjes op de i te zetten, zo is de interface flink op de schop gegaan en zijn verscheidene verbeteringen aan het model doorgevoerd. Daarnaast is er ook nagedacht over een mogelijk vervolgproject.

Veranderingen model

Terugkijkend op het 2e prototype zijn er grote veranderingen doorgevoerd. Het prototype is terug te vinden in de blog, ‘Scrummend en sprintend naar een scheepsmodel’. Een paar voorbeelden zijn de toevoeging van de vrije camera en de begeleidende teksten. Maar, dan zou ik bijna het belangrijkste vergeten, namelijk de chronologische opbouw van het schip. Hieronder bespreek ik in het kort de ontwikkeling van de drie prototypes die de belangrijkste aanpassingen bevatten in de bouw van de applicatie. Je kunt op deze manier goed zien hoe de applicatie zich heeft ontwikkeld.

Prototype 2

Prototype_2
Prototype_2

 

 

 

 

 

 

Prototype 2 was vooral gericht op het toevoegen van functionaliteiten aan het Pinas model. Een groot deel van de functionaliteiten zitten dan ook in de uiteindelijke versie van de applicatie. Zo zit de tijdlijn, weliswaar in een andere vorm, ook in de uiteindelijke versie. Binnen prototype 2 werkten we aan de hand van de 4 secties van het schip; de romp, masten, voormast en de boegspriet. Hierbij konden verschillende aanzichten opgeroepen worden en over de verschillende secties ook de beschikbare  informatie. De secties waren vooral gekozen om te testen of de tijdlijn functie goed zou werken, destijds was de focus minder op het chronologisch opbouwen van het schip maar meer ingestoken om als encyclopedie te dienen.

Prototype 4

Prototype_4
Prototype_4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In prototype 4 zijn een aantal belangrijke aanpassingen doorgevoerd die ook in het uiteindelijke eindproduct zitten. Zo is er veel meer focus gelegd op de bouwfases van het schip. We hebben hiervoor gekozen omdat op deze manier het schip chronologisch kan worden opgebouwd wat erg belangrijk is om de opbouw van het schip te kunnen laten zien. Daarnaast beschikt prototype 4 over de vrije camera, waarmee de gebruiker vrij rondom het model draaien. In prototype 2 was het alleen nog maar mogelijk om 4 aanzichten te bekijken.

Prototype 7d

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Prototype 7d bevat de grootste aanpassingen, zo is er nu een strakke interface die de oude interface vervangt en zijn alle stappen in de bouw van de Pinas tot aan de tewaterlating toegevoegd. Ook is de lengtedoorsnede functie ingebracht, waardoor de gebruiker een veel beter beeld krijgen van de onderdelen die worden toegevoegd aan de binnenkant van het schip.

Toekomst

Voor de toekomstige projecten hebben we nagedacht over uitbreiding van de applicatie en andere toepassingen van het model. Voor de uitbreiding van de applicatie is vooral gekeken naar extra functies die nog toegevoegd zouden kunnen worden. Functies waar we tijdens onze brainstorm op kwamen zijn bijvoorbeeld; het toevoegen van animaties tussen verschillende fases om de opbouw nog verder te verduidelijken, maar ook het toevoegen van extra schepen aan het programma. Door meerdere schepen toe te voegen zou de applicatie goed kunnen dienen als een verzamelprogramma voor schepen.

Daarnaast is er ook gekeken naar andere toepassingen voor het 3D model van de Pinas voor bijvoorbeeld scholen en musea. Hier zijn hele leuke ideeën uitgekomen, zoals het toevoegen van virtual reality, waarbij je als bemanningslid over het schip kan lopen tussen de andere bemanningsleden om zo een levensechte ervaring te creëren van hoe het leven aan boord nu echt was op zo’n schip.

Of deze ideeën ook daadwerkelijk uitgevoerd zullen worden is iets wat de toekomst zal moeten uitwijzen. Eén ding is zeker, er is toekomst genoeg voor zowel de applicatie als het 3D model en ik ben zeer benieuwd naar de verdere ontwikkeling van deze producten.

Michiel Jonker (projectgroep Pinasproject NHL)

Scheepswrakken voor de kust van Suriname

De Tweede Wereldoorlog wordt in het Caraïbisch gebied gekenmerkt als een oorlog waarbij voornamelijk op zee werd gevochten. De Duitsers probeerden met operatie Paukenschlag de goederen toevoer, en met name de toevoer van grondstoffen, stop te zetten. Ook vrachtschepen uit Suriname werden slachtoffer van deze operatie. Een van de schepen die slachtoffer werd van de Duitse onderzeeboten was de Frank Seamans, een meer dan honderd meter lang Noors vrachtschip die met een lading bauxiet vanuit Suriname onderweg was naar Trinidad.

In het kader van mijn thesisonderzoek heb ik samen met het personeel van de Kustwacht van Suriname, de RCE en enkele duikers verkenningstochten gemaakt om het wrak van de Frank Seamans te zoeken die voor de kust in de Atlantische Oceaan moet liggen. Helaas konden wij niet achterhalen waar het schip was, omdat de posities niet nauwkeurig genoeg waren. Er is geprobeerd met de dieptemeter van het schip alsnog een indicatie te krijgen van de locatie, maar dat leverde niet veel resultaten op. De plek, 50 km uit de kust is ongeveer 30 meter diep, maar helaas ook nog altijd zeer modderig. Er is dus geen zicht onderwater maar wel een forse stroming. Daarom hebben we uiteindelijk besloten om niet te gaan duiken. De risico’s waren te groot.

Crew verkleind
De crew waarmee de verkenningstochten zijn gemaakt

Naast de Frank Seamans waren ons nog drie posities van scheepswrakken doorgegeven. Echter alleen de posities, dichter bij de kust en op ongeveer 10 meter diepte, waren bekend. De bemanning van het schip van de Kustwacht kon ons niet dicht in de buurt brengen, omdat niet bekend was hoe groot de wrakken waren, hoe exact de posities die bij ons bekend waren zijn en hoever deze boven de bodem uitsteken. Er waren dus grote risico’s dat het schip in aanvaring zou komen met een van de wrakken. Dit was al reeds met het ons begeleidende schip gebeurd. Daarbij was het water hier nog donkerder en onstuimiger. Netten kunnen verstrikt raken in de wrakken en  daardoor ontstaan levensgevaarlijke situaties. Ook hier dus weer een no-go wat duiken betreft. Al met al wel een teleurstelling maar we hadden dit risico ingecalculeerd. We gingen er op uit om ervaring op te doen en we hebben dit opgezet om te kijken hoe we in de toekomst projecten kunnen oppakken met onze partners.

Het is ons duidelijk geworden dat de samenwerking tussen de Anton de Kom Universiteit, het Ministerie van OWC, de Kustwacht en de Maritieme Autoriteiten Suriname (MAS) onontbeerlijk is. Ten eerste is nog maar heel weinig bekend over de wrakken voor onze kust. Sommigen hiervan zullen mogelijk een archeologische waarde hebben, maar vormen zeker ook een obstructie voor de huidige scheepvaart. Het in kaart brengen hiervan, waarbij een exacte positie, grootte en diepte van iedere obstakel wordt opgemeten is dus geen overbodige luxe. Dit zou bijvoorbeeld doormiddel van surveys met een side scan sonar al kunnen gebeuren.

Ook zou de opslag en het beschikbaar stellen van data die bij andere onderzoeken wordt verzameld (bijvoorbeeld bij onderzoeken naar olie) kunnen helpen om een beter inzicht te krijgen in de zeebodem. Direct aan dit onderzoek zou cultuurhistorisch onderzoek gekoppeld kunnen worden. Met exacte posities en side scan sonar beelden kunnen al indicaties van de aard van de vindplaatsen worden gegeven. Het combineren van onderzoek levert dus een hoop synergie en waarschijnlijk veel winst op wat betreft de inzet van geld en middelen. De komende tijd zullen de nieuwe partners in het maritiem onderzoek in Suriname de handen ineen gaan slaan om de ideeën ook echt gestalte te gaan geven.

Dharwiendre Rambharosa 

Suriname in de Tweede Wereldoorlog: hoe materiële resten het verhaal vertellen

Mijn bachelors thesis gaat over Suriname tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het land was toen zo belangrijk vanwege de levering van bauxiet aan de geallieerden. Bijna 60 procent van het door de Aluminium Company of America (AlcoA) gebruikte bauxiet was afkomstig uit Suriname. Aluminium was van essentieel belang voor het vervaardigen van de broodnodige oorlogsvliegtuigen.

Met de operatie Paukenschlag probeerde Duitsland de zeeroute voor transport van onder andere dit bauxiet van het Caraïbisch gebied naar de Verenigde Staten van Amerika (VS) te blokkeren. De  Verenigde Staten van Amerika paste verschillende defensieve maatregelen in het Caraïbisch gebied toe om de transport van onder andere bauxiet te garanderen. In Suriname werden ook verschillende maatregelen genomen om de bauxietvelden te beschermen. Enkele van die maatregelen  waren het aanleggen van bunkers, een vliegveld en een blimpveld. Een blimpveld werd gebruikt om zeppelins (blimps) te laten opstijgen die naar zee werden gestuurd voor de bewaking van de Surinaamse wateren. Ook werd het leger van Suriname versterkt met personeel en bewapening om de bauxietvelden te bewaken. Er zijn een paar boeken geschreven over Suriname in de Tweede Wereldoorlog, maar er is maar heel weinig bekend of en hoeveel materiële resten er uit deze periode zijn overgebleven, waar deze zijn en wat de conditie daarvan is.

Blimp
Blimps (zeppelins) werden door de Amerikanen ingezet om de Surinaamse wateren te bewaken 

Voor mijn bachelors thesis breng ik de materiële resten uit de Tweede Wereldoorlog in Suriname in kaart. Ik zal de nadruk leggen op de defensieve maatregelen die werden genomen door de Verenigde Staten van Amerika – dus na 1942 –  zowel op land als op water. Maar ook de maatregelen die Nederland al eerder – tot 1942 – had genomen om Suriname militair te beschermen. Het doel van het verkennend onderzoek is om een begin te maken met het inzichtelijk krijgen van de locaties als ook de mogelijke cultuurhistorische waarde van deze materiële resten. Daarnaast wordt bekeken op welke manier er meer gevoel en waardering opgewekt kan worden voor dit materiële erfgoed.

Wat we nu weten is dat de oude forten Nieuw Amsterdam en Purmerend werden hergebruikt en herbewapend ter verdediging van de kust van Suriname. Deze twee forten moesten de zeeroute van de Atlantische oceaan naar de Suriname rivier bewaken. Er liggen ook enkele scheepswrakken uit deze periode in onze wateren. Een van deze is het Duitse handelsschip de Goslar, die opzettelijk door haar bemanning is afgezonken in de Suriname rivier. Doordat zij deels boven het water uitsteekt vormt het een markant punt in de rivier.

het geschut op Nieuw Amsterdam diende ter verdediging van  al het vijandelijke dat vanaf de oceaan de Suriname rivier op voer
Het geschut op Nieuw Amsterdam diende ter verdediging van al het vijandelijke dat vanaf de oceaan de Suriname rivier op voer

Verderop, in zee ligt een Noors scheepswrak: de Frank Seamans. Dit schip is met een lading bauxiet op weg naar Trinidad getorpedeerd door de U-162, een Duitse onderzeeër die de Surinaamse kust patrouilleerde. We gaan de komende dagen dit wrak proberen te lokaliseren.

Dharwiendre Rambharosa 

Duiken naar 25 verzonken dorpen in het Brokopondostuwmeer

Onderzoeken naar de aanleg van het Brokopondostuwmeer hebben altijd een sociologisch karakter gehad: zoals wat dit deed met de mensen die er hadden gewoond. Nooit eerder is nagedacht over de historische en culturele aspecten. Eenentwintig (21) Saramaccaanse en vier (4) Aucaanse dorpen langs deze rivier liepen onderwater en liggen nu soms op tientallen meters diepte.

Het gebied bestond niet alleen uit traditionele dorpsgemeenschappen, maar was ook een gebied in ontwikkeling. In het dorp Gansee (zie foto’s hieronder) was een kerk gebouwd door de zendelingen, verder was er een hospitaal en scholen. Ook liep er een spoorlijn vanuit Paramaribo tot aan Sarakreek voor goudwinning rond het Lawa gebied. Dichtbij het dorp Gansee werd het kabelstation aangelegd. Via dit station werd de oversteek over de Suriname rivier gedaan. Dit cultuurlandschap ligt nu al meer dan zestig (60) jaren onderwater in het Prof. Dr. Ing. W. J. van Blommestein Meer, in de volksmond bekend als het Brokopondostuwmeer.

Op het meer vinden nu er een aantal economische activiteiten plaats zoals houtkap en illegale goudwinning. Ook wordt het gebied sporadisch bezocht door recreatie duikers. Naast hout en goud is niet bekend wat er nog meer uit het stuwmeer wordt gehaald dat van culturele en of historische waarde zou kunnen zijn. De vraag is nu wat er na die tientallen jaren nog over is van de cultuurhistorische locaties op de bodem van het stuwmeer en of deze materiële overblijfselen in het meer beschermd zouden moeten worden. Dit laatste hangt natuurlijk af van de waarde die Suriname als staat hecht aan het verdronken cultuurlandschap. Dit wordt het onderwerp van mijn scriptie.

GOPR0203

Na een training voor Underwater Heritage Management (UCH) in 2014 op St. Eustatius besloot ik voor mijn afstudeer thesis de cultuurhistorische waarde van het verdronken landschap in het Brokopondostuwmeer te onderzoeken. In een groep van vijf personen maakten wij een reis van Paramaribo naar Tonka Eiland, een eiland op het meer, waar wij logeerden. We maakten op een dag op twee verschillende locaties verkenningsduiken per koraal. Onze eerste duik maakten wij voor een eiland naast Brokopondo Watra Wood International (BWWI), die aan legale houtkap doet in het meer. Het zicht onderwater was ongeveer 1,5 meter. Wij gingen afwisselend per paar voor 40 minuten het water in en er was een standby duiker aanwezig. Voor de veiligheid maakten we gebruik van een afdaaltouw en de buddyline.

Bij de eerste duik vonden wij op een diepte van 6 meter de Lawaspoorlijn die aangelegd werd voor het de goudwinning rond het Lawa gebied. Ook vonden wij een hoop bouten die gebruikt werden bij de aanleg van de spoorlijn. Digitale fotos en filmpjes werden daarvan gemaakt. Op de tweede duiklocatie verwachtten wij een brug (Blaka Broki) te vinden die deel was van het spoorlijn. Op een diepte van 17 meter maakte een paar van ons een verkenningsduik. Wij hebben daar niets kunnen vinden, omdat het zicht minder was dan de vorige duiklocatie. Bij beide duiklocaties namen wij veldnotities en GPS punten.

We zouden volgens planning drie dagen verkenningsduiken maken in het meer. Dit moest helaas worden ingekort tot twee dagen, waarbij wij alleen maar op die eerste dag meerdere duiken  hebben kunnen maken. Dit kwam omdat de stroomgenerator op het eiland Tonka de compressor niet kon opstarten om de duikflessen te vullen. De opgegeven specificaties van de generator op de plek waar wij verbleven bleken niet te kloppen. Omdat de duikplek zo afgelegen lag, zou het zoeken naar een alternatief zeker een dag gaan kosten. In de korte tijd onderwater hebben we gelukkig wel een hoop werk kunnen verrichten en onschatbare ervaring opgedaan over hoe een vervolgonderzoek zou moeten worden opgepakt. En dat was nu net de bedoeling.

Guno Kenneth Phagu

Foto’s Gansee: Nationaal Archief, Tropenmuseum

Samen werken aan archeologiebeleid en maritiem erfgoedbeheer in Suriname

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) is als onderdeel van het Ministerie van OCW actief in Suriname om te helpen bij het opzetten van een archeologiebeleid. Het gaat hier zowel om archeologische vindplaatsen op land  als ook onderwater. Deze  gezamenlijke verbeterslag in de zorg voor het erfgoed in Suriname maakt deel uit van het gedeeld erfgoedbeleid van Nederland.

Suriname en Nederland delen een rijk verleden en richten zich op samenwerking om te onderzoeken hoe het gedeelde erfgoed van beide landen bewaard kan blijven voor toekomstige generaties. In de maanden mei en juni vindt uitwisseling plaats en wordt op een aantal locaties verkennend duikonderzoek gedaan. Dit laatste heeft als doel om ten eerste in de praktijk te ervaren wat er allemaal nodig is om succesvolle archeologische duikoperaties uit te kunnen voeren in Suriname en om de samenwerking tussen verschillende instanties in Suriname een fysieke vorm te geven.

Maritiem archeologisch erfgoed beheer heeft feitelijk nog nooit plaatsgevonden in Suriname en zal dan ook vanaf de grond moeten worden opgebouwd. De eerste schreden zijn al gezet in 2014 toen twee studenten van de Anton de Kom Universiteit, Guno Kenneth Phagu en Dharwiendre Rambharosa hun sportduikpapieren hebben gehaald en mee hebben gedaan met de UNESCO Foundation Course in St Eustatius.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Nu zijn zij beiden bezig met hun bachelor scriptie. Guno doet onderzoek naar de cultuurhistorische waarde van de ondergelopen structuren in het Brokopondo stuwmeer en Dharwiendre richt zich op de materiele maritieme resten uit de Tweede Wereldoorlog in Suriname. De duikonderzoeken zullen mede als onderdeel van hun scriptie worden uitgevoerd.

Het Brokopondostuwmeer is aangelegd aan de Suriname rivier voor het opwekken van hydro-elektriciteit ten behoeve van de Surinaamse Aluminium Company (Suralco), een Amerikaanse onderneming. Voor de aanleg van het meer werd het Brokopondo-plan opgesteld door Ingenieur W. J. van Blommestein. Met deze extra capaciteit werd voorzien in elektriciteit ten behoeve van de verwerking van een van de belangrijkste grondstoffen in de 20e eeuw waar Suriname hoofdleverancier van was: bauxiet.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

In 1915 werd bauxiet in Suriname ontdekt. Bauxiet heeft een grote rol gespeeld bij de oorlogsindustrie van de Tweede Wereldoorlog. Om bauxiet te verwerken tot aluminium is veel elektriciteit nodig. Deze zou kunnen worden opgewekt met waterkracht. Daartoe ontwierp W.J. van Blommestein een stuwdam van 54 meter hoog in de Surinamerivier. In 1958 sloten de Surinaamse regering en Suralco de Brokopondo-overeenkomst. Deze gaf de producent recht op goedkope elektriciteit en een concessie van 75 jaar voor het delven van bauxiet in ruil voor het bouwen van onder meer de stuwdam en de waterkrachtcentrale.

In verband met het ontstaan van het meer moesten duizenden mensen en dieren worden verhuisd. Een deel van de voormalige dorpsbewoners vestigden zich in transmigratiedorpen en een ander deel stichtte nieuwe dorpen aan de Boven-Surinamerivier. Door de Operatie Gwamba werden er duizenden dieren gered.

In de volgende blog lees je meer over de scriptie van Guno, het duikonderzoek in het meer, en waarom we de cultuurhistorische waarde nu in kaart willen brengen.

Martijn Manders, programmaleider maritiem erfgoed (RCE)

Guno Kenneth Phagu en Dharwiendre Rambharosa (Anton de Kom Universiteit)

 

 

Klimmen en klauteren over scheepsconstructies in Lelystad

De PINAS projectgroep heeft op vrijdag 29 april een bezoek gebracht aan de replica van de Batavia, de IJsselkogge en de Zeven Provinciën in Lelystad. Waarom maken wij zo’n uitstapje en hoe helpt dat ons in het Pinas project? Dat vertellen we in deze blog.

De IJsselkogge

Als eerste zijn we gaan kijken bij de IJsselkogge. De sproeiers stonden nog aan om het wrak nat te houden en geconditioneerd te kunnen drogen, dus we hebben snel een droge plek opgezocht. Laura Koehler, projectleider voor de conservering van de IJsselkogge, heeft ons rondgeleid en meer vertelt over het wrak. De waterinstallatie gaat 1 x per uur voor 12 minuten aan om het schip nat te houden, zodat het langzaam kan drogen. Als het schip te snel droogt, dan krimpt het hout te snel en ontstaan er craquelures waardoor het hout uit elkaar valt. Doordat het wrak eeuwenlang in de rivier de IJssel heeft gelegen is het hout verzadigd met water, met deze conservering laten ze het schip langzaam drogen zodat het over een paar jaar goed is geconserveerd.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het bezoek aan de IJsselkogge heeft ons beter inzicht gegeven in wat er gebeurd als een schip zo lang op de bodem van een rivier ligt en hoe het schip er vroeger uitgezien moet hebben. De Kogge is heel compleet teruggevonden en dat zorgt voor het luxe probleem dat de onderzoekers heel moeilijk binnen in het schip onderzoek kunnen doen. Voor ons ook heel jammer, want we wilden heel graag de binnenkant van het schip bekijken.

De Zeven Provinciën

Na de lunch hebben we een bezoek gebracht aan de Zeven Provinciën bij de Bataviawerf. Het schip is nog niet compleet afgebouwd, maar juist dat heeft ons een heel mooi inzicht hoe de bouw van een schip in zijn werk gaat of kan gaan. Zo konden we zien dat de opbouw van het Pinas schip waar wij aan werken net anders is opgebouwd dan de Zeven Provinciën. Bij het Pinas schip worden eerst de huidplanken bevestigd en dan de spanten bevestigd, bij de Zeven Provinciën wordt dit precies andersom gedaan. We herkenden heel veel elementen waar we de afgelopen weken aan gewerkt hebben.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

De Batavia

We zijn direct doorgelopen naar de replica van de Batavia. Het schip ligt in het water en laat ons goed zien hoe schepen er vroeger uitzagen. Toen we op het dek stonden en het ruim in gingen kregen we meer het echte gevoel hoe het leven aan boord moet zijn geweest. Voor ons was het ontzettend leuk en herkenbaar om scheepsonderdelen terug te vinden waar we in 3D mee bezig zijn geweest. Soms herkenden we klein dingen waar we aan gemodelleerd hebben of zagen we ineens wat de functie van bepaalde scheepsonderdelen zijn.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Is de excursie waardevol geweest voor het Pinas project? Wat we uit deze dag hebben kunnen halen is dat we nu een beter beeld hebben hoe groot schepen eigenlijk geweest zijn. Wat voor ons heel waardevol is geweest zijn de scheepsonderdelen die we nu in het echt konden zien in plaats van alleen het 3D model. Bij bepaalde objecten vroegen we ons tijdens het project af wat de functie moet zijn geweest zoals bij het hekje, nu konden we zien hoe logisch het eigenlijk allemaal in elkaar zit. Dat maakt het voor ons heel tastbaar met waar we mee bezig zijn. We hebben ons meer kunnen inleven in het schip zelf en begonnen vergelijkingen te maken tussen de verschillen en overeenkomsten tussen de Batavia en een pinas schip. Natuurlijk was het voor ons ook een leuk uitstapje, waar je andere inzichten krijgt en met nieuwe ogen naar het project gaat kijken.

Ingrid Suurd (projectlid Pinasproject NHL)

Studying maritime archaeology in Esbjerg: the second semester

Time flies, and the second semester of the Maritime Programme in Esbjerg is almost over! This second semester consisted of four courses:

  • Maritime Material Culture
  • IT & Remote Sensing
  • Preparation for the field school
  • Special Topics

Maritime Material Culture
During this course, we got introduced to different maritime material cultures from the Stone Age to the present day. We learned all about material such as pottery, cannons, anchors and many other objects. To learn more about ceramics from the Mediterranean our class went to Odense, where they have a big collection of Mediterranean artefacts. Also an important part of this course was ship construction from different centuries and areas. We went to the Roskilde Viking museum to learn more about Viking ship construction, and about experimental archaeology. We got a very interesting presentation on the famous ship burial Oseberg, which was found in Norway and dates to around 820 AD. After that we got a tour through the boat building wharf, and had a chance to look at the five Skuldelev ships inside the museum. In June we are going to sail on one of the reconstructed Viking ships!

Photo 1
Nicole looking at some Egyptian ceramics.

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

We got an explanation on experimental archaeology during the tour of the boat building wharf.

IT & Remote Sensing
This course is a continuation of the methods course in the first semester, and is more practical. During this course we learned how to work with the software QGIS and with Inkscape. We learned how to make logos and how to digitalize field drawings in Inkscape, and how to analyse data and make maps with QGIS. Part of the course was a visit to Schleswig, where we could see how a sub-bottom profiler works, and how to do a survey with such a device. With a sub-bottom profiler, it is possible to detect archaeological sites and wrecks partially or wholly embedded in the sea-floor sediments. Unfortunately, nothing was found during this expedition. While we were in Schleswig, we got time to check out the early 4th century Nydam boat, which is on display in the Gottorp castle. It was much more impressive in real-life than you would expect. The boat is well over 23 m long and there was place for 30 rowers. This boat is one of the earliest examples of clinker (overlapping planks) construction.

Photo 4
The sub-bottom profiler in action, the data that is received can be seen on the monitor.
18-01-Gottorf
The Nydam boat at the Gottorp castle.

Field school
The field school this year takes place in June in northern Germany. We are going to record a 16th century carvel-built ship. To prepare for this field school we made a plan which details how we are going to clean, dive and record the shipwreck. Next school year, after the field school is done, we have to make a report of the recording.

Special Topics
Special Topics is a course, which is focused on the field school. In order to better ‘understand’ the 16th century shipwreck, we have researched shipbuilding construction from around the same time period. The class has been divided into different groups for this, and each group is looking into shipwrecks from a specific region. The different groups are: British Isles, Baltic Sea, Dutch, Mediterranean and French. Guess what we did.. A database has been created in which the different construction elements of each of these shipwrecks have been saved, and a summary has been written for each shipwreck. Once the shipwreck has been recorded this database can be used to compare the construction elements to those from other shipwrecks.

Photo 6
The Riberhus castle ruins.

Besides the courses, we are also part of the Maritime Archaeology Society Esbjerg (MASE), which is a student organization by students from the Maritime Programme. For MASE we are trying to organize as many things as possible for our program, mainly maritime related, which is hard because we are really busy with the courses and self-study. So far we organised a party, several film nights and a little excursion to the Ribe Viking museum, and we also visited the ruins of Riberhus castle. In May we are going to the International Viking market in Ribe, which will take place in the Ribe Viking Center. Reenactors recreate an authentic Viking market there. We are looking forward to that, and after the field school we will let you know how it was!

Robert & Nicole